Zuurbase evenwicht
In 1913 publiceerde de Zweedse natuurkundige Dr. Ragnar Berg een theorie over het zuurbase evenwicht in het menselijk lichaam. Hij ontdekte dat als onze voeding teveel zuurvormende stoffen bevat in verhouding tot stoffen die basen vormen, er afvalproducten ontstaan. Deze zogenaamde slakken veroorzaken allerlei klachten.
Hoe ontstaan stofwisselingsslakken?
Om onze lichaamscellen te beschermen is het belangrijk dat ons bloed en het vocht rondom de cellen een zuurgraad heeft die tussen 7,2 en 7,4 ligt. Eten we teveel zuren, dan probeert ons lichaam die te neutraliseren door ze te binden. Ze kunnen dan niet meer als zuur reageren. Het lichaam maakt die zuren ‘onschadelijk’ door ze te ‘vast te knopen’ aan mineralen zoals magnesium, ijzer en zinkzouten. Maar die mineralen worden daarbij onttrokken aan haren, huid, botten en tanden. We raken zo dus waardevolle mineralen kwijt. Daarbij ontstaan bij die binding vaste stoffen die niet in ons lichaam thuishoren. Ze worden in eerste instantie opgeslagen in het bindweefsel en vet. Als dat verzadigd raakt, komt het spierweefsel aan de beurt. Deze stofwisselingsslakken zorgen voor vermoeidheid, pijn en allerlei klachten.
Volgens Dr. Berg ontstaan er geen slakken als de verhouding zuurvormende en basevormende stoffen 20:80 is. Alle huidige deskundigen op dit gebied onderschrijven deze verhouding. Het is trouwens niet zo dat zuur smakende voeding altijd zuren vormt in ons lichaam. Zuur fruit bijvoorbeeld zal er juist voor zorgen dat er basen gevormd worden in ons lichaam.

